Loading

'Ik luister geen techno.'

-
Tekst & Fotografie: Aron Weidenaar

Toen de liefde voor de muziek begon, was hij nog veel te jong om naar Amsterdam te gaan voor de feesten, maar dat hield hem niet tegen. “Doel was om zelf te draaien in clubs, maar dat kon natuurlijk niet”, zegt Niels Schilder, beter bekend als Malbetrieb. De DJ, geboren en getogen in Lemmer, was 14/15 jaar oud toen hij zijn eerste illegale feesten organiseerde. “In de buurt had nog nooit iemand gehoord van dit soort muziek. Zo had ik in ieder geval een feest waar ik kon draaien. Daarna ging ik ook naar feesten in Amsterdam. Ik kwam er in omdat ik wat ouder leek en oudere vrienden had. Daar maakte ik kennis met de eerste echte housefeesten. Je had ook geen tv of internet waar je het op kon volgen. Af en toe stond er iets in de krant. Daar moest je het mee doen. Je moest er wel naartoe om het te zien.”

Zelf maakte hij kennis met de elektronische muziek door zijn familie. Zijn nichtjes en neef gingen er voor naar het buitenland en kochten dan cassettebandjes op festivals, die ze later dan weer aan Niels gaven. “Zij hoorden in Engeland The Prodigy nog voor ze groot werden. Ik liet die cassettebandjes het dan weer horen op school, uit een tas waar een speaker in zat. Niemand snapte er wat van. Ikzelf eigenlijk ook niet. Het was zo anders dan we gewend waren, maar het klonk geweldig.

Tegenwoordig is muziek veel makkelijker te vinden. Platforms als Spotify staat er vol mee. Als je ze allemaal zou willen luisteren, zou je je hele leven non-stop moeten luisteren. In Lemmer was toentertijd maar één platenzaak waar je een aantal platen kon krijgen. “Er waren toen heel veel creatieve mensen die gewoon niet de juiste mensen kenden. Die werden dus ook nooit gehoord. Als DJ moest je maar hopen dat je iemand kende die weer iemand kende bij een platenlabel die jouw plaat maar net vet vond. Tegenwoordig zet je het zo op je Soundcloud en kan het bij wijze van spreken binnen een uur getekend zijn door een label. Dat is het mooie van nu. Aan de andere kant is het wel zo dat er zo veel muziek is, dat je niet alles kunt luisteren. Jij moet veel meer je best doen om goede muziek te vinden, maar zo kun je kritisch zijn naar de muziek die je luistert. Dat kon vroeger niet, dan luisterde je naar het aanbod van je lokale platenzaakje. Dat is echt een mooie vooruitgang.”

Vroeger was in die zin dus helemaal niet beter. Er is nu zo veel vraag en aanbod, dat de kwaliteit steeds beter wordt. “Dat moeten we stimuleren. Het nieuwe omarmen levert sowieso veel meer energie op dan alles maar tegenwerken. In je eentje houd je het toch niet tegen. Ik merk dat in onze scene ook wel. In de Randstad merk je bijvoorbeeld dat er heel veel onderlinge competitie is, terwijl dat in het Noorden veel minder aan de hand is. Mensen gunnen elkaar het succes, ook de jonge talenten. Gasten als Magnificence, Nathan Homan en Mathijs Smit hebben nu veel succes in het Noorden, veel meer dan ik ooit gehad heb. Maar daar ben ik echt niet jaloers op, ik gun het ze van harte. Super vet toch, dat dit soort artiesten uit het Noorden zoveel succes hebben. Het is keihard werken, dan is het heel mooi om te zien dat het ze lukt. Zo worden we allemaal beter. Iedereen doet ook z’n eigen ding. Als ik met Steff Da Campo zit dan vind ik het altijd bijzonder hoe hij het zo luid krijgt, terwijl hij zich altijd afvraagt hoe ik het zo diep krijg. Er bestaat geen goed of fout. Iedereen heeft zijn eigen goed of fout.”

Ook bij optredens is er veel veranderd. Je mocht in de jaren ’90 al blij zijn als je herkend werd door de beveiliging en zo dus geen entree te betalen als je moest draaien, nu komen dj’s soms met volledige elftallen naar binnen en alles wordt geregeld.  “Dat vind ik wel mooi om te zien”, zegt Niels. In zo’n tijd ben ik helemaal niet opgegroeid, maar het hoort er nu wel bij. Ik heb niks met het sterrendom, maar het kan tegenwoordig gewoon je businessmodel zijn. Mensen als Lil’ Kleine en Boef doen dat heel slim. Bewonderenswaardig. Of ik het tof vind? Nee, maar dat is smaak. Toch vind ik het wel mooi hoor, ik kijk regelmatig op z’n Instagram wat ze nu weer uitspoken. Die gasten hebben het wel gemaakt. En wij profiteren ervan. Ik sta niet op hetzelfde podium omdat het niet mijn genre is, maar het andere podium heeft nu ook ineens veel beter geluid. Dat heeft allemaal met de verbeterslag van kwaliteit te maken.

Zo kan iedereen ook kiezen wat hij of zij leuk vindt, omdat de kwaliteit in alle genres goed is. Dit zorgt er ook voor dat mensen meer op zoek gaan naar muziek en zo ook op de diepere genres uit komen. Dat zijn ook de mensen die naar Housekunde komen. Die komen niet voor de confetti en de vlammenwerpers zoals dat in de EDM wordt gedaan, die komen écht voor de muziek. Zo’n concept werkt in het Noorden trouwens ook alleen als het echt goed is. Anders komen mensen gewoon niet. Dat zorgt er voor dat je zelf kritisch blijft en je best blijft doen.

Dat is overigens ook direct de reden dat ik in het Noorden blijf. Ik word vaak geboekt in de Randstad omdat ik niet ben zoals de jongens uit de Randstad. Als je te veel met elkaar optrekt, ga je ook op elkaar lijken. Je krijgt door wat werkt en waar het grote publiek lekker op gaat, maar het niet meer jouw ding. Ik heb liever dat de boekers mij vragen om op hun feest te draaien om de muziek die ík maak, niet om wat ik zou kunnen maken.”

Dat is een van de redenen dat de muziek van Malbetrieb uniek maakt. Hij probeert altijd anders te blijven dan de rest. Daarnaast bestaat zijn gear vooral uit hardware en gebruikt hij zelden zijn computer. “Ja, om de muziek op te nemen uiteindelijk. Moet ook gebeuren. Ik neem alleen de sporen op in de computer, de rest komt allemaal uit mijn materiaal. Ik combineer alle kleine stukjes tot één geheel en dan is het klaar. Zie het als een jamsessie. Als een band lekker met elkaar aan het spelen is, gaan ze ook niet na de sessie alleen nog even een drumlijntje aanpassen. Dan is de hele vibe verpest. Zou ook heel raar zijn. Zo voelt het voor mij ook.”

Dit stelt hem wel in staat om veel muziek te produceren. “Ik release ongeveer 25 platen per jaar. Dat is best veel. Gijs Alkemade (Boom Room, SlamFM) bracht ook ter sprake dat ik zo bizar productief ben. Ik antwoorde toen dat ik voor de ‘hardst werkende artiest van Nederland bokaal’ ga. Geintje natuurlijk, maar ik wil niet dat mensen denken dat het in mijn schoot is geworpen. Ik werk graag hard. Ik wil ook steeds vernieuwen. Afgelopen week heb ik bijvoorbeeld drie remixes gemaakt, die ik een jaar geleden nooit had gedaan.” Het is nog steeds Malbetrieb, maar het is echt iets nieuws geworden. Hoe lang het duurt voor Niels door heeft of zijn nummer geslaagd is? Precies drie seconden. “Als ik een plaat heb gemaakt, dan luister ik het de volgende dag nog eens. Als ik na drie seconden een goed gevoel heb, is het goed. Anders flikker ik ‘m direct in de prullenbak. Niet helemaal goed is helemaal niet goed. Ik ga er ook niet meer aan knutselen.”

Ondanks dat Niels helemaal voor alle nieuwe ontwikkelingen is, koopt hij toch het liefst vinyl. “Dan heb je muziek in handen die maar een aantal mensen hebben. Het liefst dan ook nog één die maar 150 keer geperst is, maar wel 500 mensen willen hebben. Dan weet je dat een plaat echt goed is. Ik luister zo veel naar singer-songwriters. Naar muziek die supergoed is geproduceerd. Ik vind het leerzaam om naar te luisteren. Als ik een goede plaat heb gehoord, zet ik hem gerust nog een keer op. Dat heb ik met techno eigenlijk nooit. Ik luister zelf ook nooit techno als ik thuis ben. Die muziek is naar mijn mening veel meer functioneel. Ik ga niet voor mijn plezier naar een technoplaat zitten luisteren. Het moet een moment vangen. Ik draai ook nooit een bepaalde lijn tijdens een avond, het is eerder een rollercoaster. Ik probeer op het juiste moment de juiste plaat te draaien. Daar is house/elektronische muziek heel geschikt voor. Je gaat niet zitten voor een goede technoplaat om het er even over te hebben. Techno moet je gewoon beleven.”

Back To Top
Top